Opiniestuk in Folia Magazine omtrent stilteruimtes

Onze commissievoorzitter Studentenzaken, Hanan Nouri, heeft een opiniestuk geschreven voor het tijdschrift Folia. In dit stuk geeft zij haar visie over de gang van zaken aangaande het faciliteren van stilteruimtes en het huidige debat daaromtrent. Een intrigerend stuk waarin Hanan de spijker op z’n kop slaat. Het opiniestuk staat op bladzijde 20 van Folia Magazine #31 (16 mei 2012), onder de titel: “Stilte is voor iedereen”.

  • Klik hier voor het opiniestuk in Folia Magazine.

Stilte is voor iedereen

De manier waarop in openbare instellingen als UvA en HvA over stilteruimtes wordt gesproken, getuigt van gebrek aan tolerantie, vindt Hanan Nouri.

De islam is vandaag de dag doorgedrongen in alle facetten van onze samenleving. Een samenleving die sinds de 17e eeuw bekendstaat om haar tolerantie en begrip. Deze tolerantie is echter verloren gegaan, in onze samenleving waarin vooral het individu centraal staat. Overtuigingen als ‘religie is een privézaak’, ‘een stilte-/gebedsruimte zorgt voor overlast’ lijken de grondslag te vormen voor het niet willen faciliteren van stilteruimtes op universiteiten en hogescholen, ruimtes die moslims kunnen gebruiken om te bidden. Het is opmerkelijk dat deze kwestie wordt bestempeld tot een maatschappelijk probleem, waardoor islamcritici hun kans schoon zien de islam weer eens onderuit te halen. En dat terwijl het faciliteren van een stilteruimte onmogelijk voor overlast kan zorgen, omdat de hele bedoeling van deze ruimte nu juist draait om stilte.

In de discussies die ik heb bijgewoond over deze kwestie, zoals bijvoorbeeld het debat in leercentrum Floor op 4 april, werd vaak beargumenteerd dat openbare instellingen niet moeten zwichten voor het verzoek om een stilteruimte, omdat deze instellingen anders ‘aan de gang kunnen blijven’. Moslims moeten zichzelf niet een privilege toe-eigenen, dat andere bevolkingsgroepen niet krijgen. Bovendien is het onmogelijk om als hogeschool of universiteit te voldoen aan álle wensen van álle minderheden, omdat daar simpelweg de capaciteit niet voor is. Sporters kunnen daarom bijvoorbeeld ook geen eigen ruimte krijgen. Deze argumenten slaan de plank volledig mis, omdat het debat niet hoort te gaan over nationaliteiten of religie an sich. Het gaat om een stilteruimte waar iedere student tot rust kan komen en even kan ontsnappen aan de drukte van alledag. Daar komt nog eens bij dat de UvA en de HvA wel degelijk aparte ruimtes hebben voor sporters. Dus deze hele vergelijking, die vaak wordt aangehaald, gaat niet op. 

De manier waarop deze discussie wordt geframed, geeft het debat een onnodig negatieve lading, waardoor het allang niet meer om de inhoud gaat. Dit debat is gedegradeerd tot een kinderachtig ja-neespelletje, waarin moslims worden vergeleken met ‘kinderen van vier die om een snoepje vragen’, zoals CMR-voorzitter Astrid de Jager van de HvA opmerkte. Als dit de manier wordt van redeneren vanuit openbare instellingen, dan is de tolerantie in Nederland werkelijk zoekgeraakt. Een openbare instelling is synoniem geworden voor het niet willen accepteren van de diversiteit in de samenleving, terwijl ze eigenlijk zou moeten staan voor acceptatie van ieder individu ongeacht religie, afkomst, huidskleur en wat dies meer zij. 

Hanan Nouri studeert sociologie aan de UvA en is voorzitter van de commissie studentenzaken van ISA, de Islamitische Studentenvereniging Amsterdam.

Vorig bericht
Patat VU-HG gebakken in dezelfde olie als niet-halal snacks
Volgend bericht
ISA-BBQ 2011-2012!

Gerelateerde berichten

Menu